We zijn een stam

We herkennen elkaar. Alsof we beide lid zijn van een oldtimersclub, of ooit starnakel lam raakten bij dezelfde studentenvereniging. Dat speldje op je revers, die stropdas, het inside-grapje. “We zijn lid van dezelfde tribe“, verklaart Jon Palfreman nadat hij en ik bij een glas wijn aan elkaar zijn voorgesteld in de loungehoek van het Amsterdamse Lloyd Hotel.

Ja, we hebben wel iets om over te praten.

Tegelijkertijd voelt het ongemakkelijk. Palfreman is een gelauwerde televisie-journalist die in Amerika en Engeland werkte voor de BBC en PBS. Een vriendelijke zestiger die twintig jaar eerder een schokkende documentaire maakte over parkinson en twee jaar geleden hoorde dat hij die ziekte zelf ook heeft. “Quite ironic“, bevestigt Palfreman.

De Brit heeft een wat heviger tremor dan ik – het valt me onmiddellijk op. Zijn linkerhand is onvast en Palfreman lijkt wat moeilijker te bewegen. Ik kijk hem aan en vraag me af of die wat starre, effen gelaatsuitdrukking de zijne is, of wordt veroorzaakt door zijn ziekte. En realiseer me wat gegeneerd dat hij nu wellicht hetzelfde denkt over mij.

Ongemakkelijk is het gemak waarmee we aan elkaar worden voorgesteld. Collega P. doet dat met de beste bedoelingen. Net als Palfreman ben ik een liefhebber van verhalende journalistiek, en ja, daarnaast hebben we ons beide inderdaad verdiept in parkinson. Onmiddellijk wisselen we ervaringen uit, zoals leden van een Deux-Chevaux-club adressen van monteurs. Toch schuurt het. Palfreman en ik zijn bij elkaar gezet zoals je twee drukke kinderen apart zet. En ik weet niet of ik hem wel wil leren kennen.

Aan de Brit ligt dat niet. Aardige man. Uitstekende verteller. Geweldige journalist. Maar ik ben meer dan mijn parkinson en raak op de vreemdste momenten ineens volkomen uitgeluld over mijn ziekte. Wat nogal dubbel is, want tegelijkertijd boeit het me mateloos – dit blog is daarvan het resultaat.

Het overkomt me vaker. De laatste tijd ontvang ik af en toe lotgenotenmail. Van een man die een heel eind in de zeventig is en sinds kort parkinson heeft, en daar boos en opstandig van wordt. Van een vrouw die steun zocht in het alternatieve geneescircuit, er even baat bij had, maar onlangs “keihard terugviel”. Van een man, zowat even oud als ik, die merkt dat zijn geheugen achteruit gaat, net als zijn vermogen om complexe kwesties snel te begrijpen. Of we daar eens over kunnen praten?

Wil ik best, schreef ik hem terug, maar met zoveel slagen om de arm en met zoveel ongemak dat hij – “ik begrijp je reserve” – van een afspraak afzag. Kennelijk moet dat zo. Kennelijk bestaat het verloop van parkinson uit fases, niet anders dan een huwelijk, waarin je elkaar bij tijden overrompelt met vragen, dan weer vriendelijk tolereert, en elkaar soms ook niet kunt luchten of zien.

Jon Palfreman tref ik de volgende ochtend in het Lloyd Hotel aan het ontbijt. Hij zit alleen aan een tafeltje. Ik groet hem en ga een stukje verderop aan een eigen tafeltje zitten.

Reacties zijn gesloten.