Onuitstaanbaar chagrijnig

Marianne plukt haar ruggegraat van een spijker aan de muur. Ze toont mij wat er mis gaat. Draait de bovenste kunststof wervels wat opzij en buigt het hoofd, dat ik mij erbij mag denken, schuin naar achteren. Het kiert tussen de wervels. En dan sluiten ze zich. Daar tussendoor lopen zenuwen naar mijn linkerarm en –hand. Ook van dat gewurm met die plastic graat tintelen mijn vingers.

Sinds negen weken heb ik een lichte nekhernia. Licht, zei de arts in het Martini, omdat er van opereren geen sprake zal zijn. Het gaat vanzelf over. Acht tot twaalf weken, bevestigt de fysiotherapeut als ze die ruggegraat heeft teruggehangen tussen een been en een arm. ‘Opereren doen ze al een tijdje niet meer zo snel, en al helemaal niet bij een nek.’

Dat stelt me op een vreemde manier gerust. Ik heb geen al te groot vertrouwen in mijn centrale zenuwstelsel, in die 100 miljard neuronen waarvan er elke dag een paar omvallen in mijn zwarte cellen, tief im Hirn, zoals de Duitse socioloog Helmut Dubiel het boek over zijn parkinson noemde. Dat er ook dingen autonoom over gaan, zoals kalverliefde, doet me deugd.

Ondertussen doe ik niets. Behalve lezen. Bert Keizer, Douglas Hofstadter en Daniel Dennett – drie filosofen dus – over de vrije wil. Tonio van A.F.Th. van der Heijden; nu pas, omdat ik daar een jaar geleden nog niet aan durfde te beginnen. Stoner van John Williams. De Engelenmaker van Stefan Brijs, omdat mijn zoon die roman meer dan aanbeval.

Die hernia herstelt van rust. Dat kraakbeen tussen mijn vijfde en zesde wervel – of zei Marianne dat het tussen de zesde en zevende zat; mijn geheugen heeft in elk geval een vrije wil – zal zich terugtrekken als ik mij gedeisd houd. In de eerste weken, toen ik doorwerkte, werden de pijn en dat rotte getintel slechts heviger. Nu neemt het heel langzaam af. Soms is het zelfs een uurtje weg.

Dit blog is dus ook bijna stil komen te vallen. De boeken die ik lees, zijn beter. En van die tintelende duim en wijsvinger word ik onuitstaanbaar chagrijnig. Nog een week of vier, dan doet alles het weer, wens ik te geloven.