Stukken beter

Als mij gevraagd wordt hoe het met mij gaat, zou ik wel eens willen zeggen: ‘Stukken beter.’ Dat doe ik nooit. Het gaat nooit stukken beter, hooguit een stuk beter dan gisteren of eergisteren. Maar als mijn zussen, vrienden of collega’s ernaar vragen, heb ik ze meestal al wat langer niet gezien, en gaat het altijd minder. Niet stukken minder, maar minder.

Dat moet zowat de kortste samenvatting zijn van een progressieve ziekte. Gek genoeg doet het me denken aan het klimaatprobleem, waarover ik de laatste weken nogal veel lees. Ik werk aan een drieluik voor de krant over het Nederlandse aardgas en alles wat daaromheen speelt. Fossiele energie heeft zoals bekend alles te maken met opwarming van de aarde.

Met de uitstoot van broeikasgassen gaat het nooit stukken beter. Hooguit even een beetje beter. Het is een progressieve kwaal waarvan we weten hoe het afloopt. De aarde zal in 2050 twee graden warmer zijn, als we onze doelstelling halen. De kans dat dat lukt is zo klein dat wetenschappers nu al rekening houden met 4 of 5 graden meer in 2050.

Tegen die tijd is de aardkloot doodziek. Het zweet breekt haar uit, ze zal ‘ernstige beperkingen’ hebben, en over haar mentale vermogens moeten we ons geen al te grote illusies maken. Daar houdt de metafoor uiteraard op. De progressieve kwaal zal slopend blijken te zijn, maar de aarde niet slopen. De aarde verdwijnt niet, maar verandert.

Als een vriend vraagt hoe het met mij gaat, gaat mijn antwoord meestal over weken, soms maanden. En ja, dan ben ik wat vaker moe, neemt de kramp toe in mijn linkerhand en trekt mijn linkerbeen wat vaker onwillekeurig. Ik hou niet van die langetermijn terugblik, zoals een politicus niet van langetermijn verantwoordelijkheid houdt.

De uitweg is voor ons beide gelijk. Leef bij de dag, kijk niet te vaak terug en denk vooral niet aan een toekomst voorbij de volgende verkiezingen. De ironie bevalt me wel, al vermoed ik dat ook deze metafoor ergens mank gaat. Ik moet vooral mijn eigen leven leefbaar houden, terwijl die politicus dat juist niet als hoogste doel zou moeten hebben.