Sergeant P en de bruid van Poe

Ergens las ik het verhaal van sergeant P., een 25-jarige militair die in Afghanistan dingen had meegemaakt die hij niet kon vergeten. Iets met een bermbom waarschijnlijk, en het sneuvelen van een kameraad dat hij niet had kunnen voorkomen. Sergeant P. had die gebeurtenissen na zijn repatriëring op papier gezet, om de post-traumatische stress te boven te komen. Hij schreef het van zich af.

Of hem dat lukte weet ik niet. Wel begrijp ik dat het in theorie mogelijk moet zijn een trauma te verwerken door het op te schrijven. Ik ben geen psycholoog, maar neem aan dat je de gebeurtenissen dan opnieuw beleeft, vanuit een ander perspectief, met de helende afstand van tijd en plaats. Je brengt het onder woorden als toeschouwer, alsof je er zelf niet helemaal bij was, althans niet als enige.

Als ik schrijf doe ik iets soortgelijks. Door wat mij overkomt zo precies mogelijk te beschrijven, neem ik afstand. Net als die soldaat wil ik de dingen opnieuw beleven, maar niet om ze te relativeren. Ik wil ze juist vollediger maken, met alle tinten, geuren, opties, verwachtingen en emoties die erbij horen. Mijn doel is niet te vergeten wat ik opgeschreven heb, maar te onthouden wat ik dreig te vergeten en nog niet vastgelegd heb.

Ik schrijf niet van mij af, ik schrijf naar mij toe.

Dit moet een onderscheid zijn tussen de therapeutische schrijver en de broodschrijver. Dat is niet denigrerend bedoeld. Het verhaal van sergeant S. kan verbijsterend zijn, en prachtig geschreven. Maar zijn doel is een ander. Hij wil iets kwijtraken. Ik wil iets terugvinden.

De tragiek is dat beide vormen van schrijven dikwijls tot mislukken gedoemd zijn. De sergeant is misschien nooit van zijn trauma verlost. Als hij pech had, hebben het schrijven en herbeleven zijn gezondheid meer kwaad dan goed gedaan. Hij vergat niet wat hij vastlegde.

Omgekeerd vergeet ik juist niet wat ik niet heb vastgelegd. Futiele herinneringen, niet de moeite van een dagboekaantekening waard, komen ongevraagd terug. Tegelijkertijd vergeet ik door het schrijven de dingen die net achter mijn eerste herinnering lagen: een geur die erbij hoorde, iets van context, wat eraan vooraf ging, wat het gevolg was. Alsof een rimpeling tot rust komt zodra je die op een foto hebt vastgelegd. Met dat ik haar vastleg versteent de herinnering en kan ik alleen nog terug naar mijn incomplete aantekeningen.

Het doet me denken aan een verhaal van Edgar Allan Poe, zoals de psycholoog Douwe Draaisma dat navertelt in zijn Vergeetboek. In Het ovale portret laat Poe een schilder het portret maken van zijn stralende, jonge bruid. De schilder gaat zo op in werk dat hij niet merkt hoe zijn vrouw lijdt onder de lange uren die zij moet poseren. Weken later kijkt hij alleen nog naar het bijna voltooide schilderij dat ‘waarlijk het Leven zelf’ is. Maar als het klaar is, is zijn vrouw dood.

Reacties zijn gesloten.