Het onkruidklauwtje en de vijfde wervel

Ik wil een pagina van de krant omslaan, en het lukt niet. Zoals ik de plastic verpakking van de oude kaas niet open kan wurmen. De autosleutel niet in het slot krijg als ik met mijn rechterhand mijn rugzak draag. Met links een vork niet onder de rijst-met-kip geschoven krijg zonder die kip weer terug te laten vallen.

De fijne motoriek is zo fijn niet meer. Sinds mijn linker wijsvinger de draad kwijtraakte, en zenuwachtig omhoog ging staan, is langzaam die hele hand mee gaan doen. Schrijven met twee vingers wil nog, maar soms – ik weet niet wanneer of waarom – verkrampt die hand tot een klauwtje, niet ongelijk aan het blauwe tuingereedschapje waarmee je onkruid loswoelt.

Zo beland ik voor een halfjaarlijks consult tegenover mijn neuroloog. Ongemakkelijk – met dat klauwtje, en een hoofd dat onwillekeurig schudt op mijn romp, als zo’n meebewegend speelgoedhondje op de hoedenplank. Voor niemand zichtbaar, behalve voor de geoefende, ‘klinisch’ kijkende specialist.

Wat ik van een operatie zou vinden, informeert hij wat terloops. Het klinkt alsof we een financiële transactie bespreken waarmee in tijden van crisis nog een aardig rendement te halen valt. Putopties. Derivaten. Dat spul. We hebben het dan al niet meer over mijn parkinson, maar over een uitstulping tussen de vijfde en zesde wervel.

Die nekhernia, zegt hij, had al weg moeten zijn, zeven maanden nadat het getintel in mijn hand begon, de pijn in mijn onderarm, de verzuring rond nek en schouderblad. Met twee maanden rust – ik las Stoner in de tuin, en nog een handvol romans, het kon minder – leek de zenuw verlost, maar in de loop van de nazomer begon het gedonder opnieuw.

Mijn vingers tintelen. Mijn voet slaapt als ik wakker ben. Mijn neuroloog doet wat simpele testjes. Duwt mijn hoofd schuin naar achteren. En prompt tintelen die vingers, alsof je een schakelaar omzet. Dat had al weg moeten zijn, herhaalt hij, maar omdat ik zichtbaar aarzel over een operatie, stelt hij voor eerst maar eens een MRI-scan te maken.

Wat wat veroorzaakt, weet ik niet. Dat onkruidklauwtje komt van de parkinson, of van de pillen die ik tegen die parkinson slik. Maar waar die nekhernia vandaan komt, is mij een raadsel. En of er een oorzakelijk, neurologisch verband is, zal wel nooit duidelijk worden. Eerst maar die MRI-scan. En een paar weken om er niet meer aan te denken.

Reacties zijn gesloten.