Hersenpijn

10 januari 2014 Geen categorie 1

Hersenen doen geen pijn. Mits de boel netjes aangesneden en blootgelegd is, kun je in die grijze geitenkaas straffeloos roeren, prutten, prikken en rommelen. Het doet geen pijn. Misschien dat ik daarom nooit had gedacht dat het zeer zou doen, dit ziek zijn, de venijnige kramp in mijn handen, het slobberige van mijn benen, het spasme in mijn linkervoet.

Sinds een week of wat ben ik wijzer. Dat begon met een nekhernia die na een half jaar opspeelde. Mijn neuroloog keek me aan, ik keek terug met een scheve kop. Dat beviel hem niet. Met enkele welgekozen handgrepen, waarmee hij mijn hoofd schuin naar linksachter trok, triggerde hij iets tussen de zesde en zevende wervel. Tintelende vingers. Alsof hij het licht aandeed op zolder.

‘We kunnen dat ook opereren,’ suggereerde mijn neuroloog.

Geen goed plan.

Dat dacht ik. Ik zag mij niet meteen op een snijtafel, hoofd omlaag zodat ze er goed bij kunnen. Of op mijn rug, zodat de chirurg aan de voorkant je hals open legt, en zich een weg baant langs attributen waarvan je eigenlijk niet wilt weten.

‘Eerst maar eens een mri-scan?’

Beter voorstel.

Een week later schoof ik ruggelings, koptelefoon met het vaderlandse lied op mijn oren, in de kraakwitte scanmachine van het ziekenhuis in Winschoten. Zoiets duurt een liedje of vijf. Roerloos lag ik een nekoperatie af te wegen tegen drie maanden rust. Doorpakken tegen aanmodderen.

Ik hou niet zo van rust. Ik schrijf liever. Maar die zesde en zevende wervel moesten ook weer gewoon mee kunnen doen – dat gun je ze. Het wonderlijke is dat mijn vingers, bijna op het moment dat ik weer uit die Winschoter tunnel werd getrokken, ophielden met tintelen.

Op het dvd’tje uit oost-Groningen is de nekhernia nog zichtbaar, al had mijn neuroloog zich er meer bij voorgesteld – daar klinkt een teleurstelling in door die hij zeker niet zo bedoelde. ‘Ze kunnen spontaan verdwijnen,’ zei hij ook, nadat ik had verteld dat het ding mij al weer een maand met rust laat.

De pijn waarvan ik de nekhernia de schuld gaf, een verzuurde schouder, iets achter mijn elleboog, is verdwenen. Gebleven is een stramheid die zeer doet. Alsof je te lang in een tennisbal knijpt. Te lang op één been staat. Te lang op te kleine noren schaatst.

Het hoort erbij, lees ik her en der. Meer dan de helft van de parkinsonpatiënten heeft last van pijn, vanuit spieren en gewrichten. Zo gaat dat met hersenen waarin je rommelt, of hersenen waarin stukjes brein er ontijdig de brui aan geven.

Ze voelen zelf niets, maar de pezen en botten des te meer.

Reacties zijn gesloten.