De droombibliotheek van Frank

Of zijn rolstoel in mijn auto paste, vroeg F. me in een boodschapje op Facebook. Ik zou hem ophalen bij zijn hypnotherapeut.


F. heeft het ook, maar al drie jaar langer.

Vaak kan hij nog gewoon fietsen of lopen, maar als ik hem door de hal van het instituut duw, over de lage drempel worstel en van het bakstenen stoepje rol – achterwaarts, schiet me te binnen, dat moet je achterwaarts doen – is F. een man van mijn leeftijd in een rolstoel.

Bij mijn auto, zowat de kleinst denkbare vierdeurs, hannessen wij wat met dat ding en met F. We hebben elkaar in geen tien jaar gezien of gesproken, maar hij koestert prettige herinneringen aan ‘de droombibliotheek’ die we ooit samen zouden inrichten. Ik was dat project vergeten, maar als F. het noemt, komen snippers terug.
Het waren leuke tijden, denken we allebei.

Bewegen is geen probleem voor F. In beweging komen is dat wel. Hij tilt zijn benen een voor een in de auto, en een kwartier later, als we op zijn oprit staan, er ook weer uit. Het duurt even voor hij staat. En het duurt even – ‘Wacht maar, dit lukt’ – voor hij bij zijn voordeur is: hij wacht een paar seconden, alsof hij aftelt, en huppelt dan met tweeënhalve huppel als een plotseling vrolijk kind de vierenhalve meter van de auto naar de deur. Daar duurt het weer even.

Als we aan tafel zitten, beken ik dat ik van hem geschrokken ben. De hevige tremor in zijn beide armen is niet om aan te zien. Een onophoudelijk schudden en beven. Ik heb F. verteld over mijn pistoolvinger, de eigengereide wijsvinger van mijn linkerhand die gedurig omhoog wijst, als een waarschuwing, en over het boek dat ‘Pistoolvinger’ als werktitel heeft.

Dol op boeken en schrijven. F. net als ik. Droombibliotheek.

De laatste maanden wijst mijn pistoolvinger niet meer voortdurend omhoog, maar beweegt hij op en neer, alsof hij telkens een toets aanslaat – wat niet zo is: ergens ben ik zomaar, zonder dat ik het wist, met de middelvinger van mijn linkerhand gaan typen.

Bij F. begon het met een tremor in een duim, nu zes-en-een-half jaar geleden. Een half jaar geleden is hij gestopt met werken, nadat hij al een jaar lang vrijwel uitsluitend thuis werkte. Hij loopt ruim drie jaar op mij voor, maar weet, net als ik, dat geen enkele Parkinsonpatiënt hetzelfde ziektebeloop laat zien.

‘Geloof het of niet, maar ook dit is te doen,’ zegt F