De langste dag

25 juni 2014 Leven 0
Ik vier de langste dag van het jaar en neem daar nogal de tijd voor. Al ruimschoots wakker als de bezorger van de Volkskrant met fiets en al het tuinpad opkomt, een half uurtje na zijn collega van Dagblad van het Noorden. Het zijn de mooiste en de stilste uren.


Wat valt er te vieren?

Drie jaar geleden kreeg ik mijn diagnose. Dat was toen zowel pijnlijk als geruststellend. Mijn hersenen haperden ten minste al een maand of negen, maar nu wist ik eindelijk wat er loos was. Met pillen viel er iets aan te doen.

Het voelt als een diploma, een certificaat van echtheid. Dat het ongeneeslijk is en progressief is bijna betekenisloos: je hebt een halfwaardetijd, je valt langzaam uit elkaar, maar zo traag dat het tijdloos is – in het begin.

Ik vierde zaterdag niets, deed wat ik alle dagen doe. Ik lees, denk en schrijf, precies zoals ik me drie jaar geleden voornam. En ik tel mijn zegeningen: van die pillen ben ik inderdaad wat opgeknapt, totdat ze niet meer werkten. Dan kwamen er nieuwe pillen, of meer pillen.

Ik schreef op dat ik nog steeds kan lopen, dat mijn dagen sinds de laatste pillen weer wat langer duren, dat ik niet overdreven in de war ben – niet meer dan anderen, tenminste, niet meer dan vroeger – en hooguit een beetje overbeweeglijk.

Ik maak de balans op. Met activa en passiva. En noteer dus ook dat de kramp in voet, been en vingers vaak pijnlijk is, alsof de ene helft van mijn lijf gisteren de vierdaagse liep, dat mijn linkerhand soms ongecontroleerd boven mijn toetsenbord beeft, en dat ik strijk en zet wakker wordt bij het eerste licht.

De ene dag is beter dan de andere, de ochtend meestal beter dan de middag, en ‘s avonds val ik met tranende ogen – die te droog worden – in slaap op de bank.
De stilte van mijn tuin om zes uur ‘s ochtends is beter dan gedoe en drukte. Ik mijd feestjes en partijen, blijf zoveel als ik kan thuis, ga liever niet meer op reis omdat ik warempel wat schrikachtig wordt.

Op de langste dag weet ik dat de dagen korter worden.