Op één been kun je niet staan

16 juni 2015 Geen categorie 0
Nauwelijks schrijf ik nog, maar mijn linker wijsvinger doet steeds eigenzinniger alsof er nog een verhaal verteld moet worden, alsof ik mijn boek niet van de week heb ingeleverd bij mijn uitgever. Meer nog dan mijn schommelende kop en scheve voetzool is die gedurig pingelende vinger de aanzegger van de overbeweeglijkheid die mij nog te wachten staat. Alleen die pistoolvinger tikt nog.

Je moet ook geen boek over parkinson Pistoolvinger noemen. Dat is de goden verzoeken. Mijn schrijvende bestaan leunt op twee wijsvingers, omdat ik lang geleden dacht dat Schoevers alleen voor nuffige tantes was. Nooit leren typen. Dat mijn boek heet zoals het heet komt doordat mijn linker middelvinger ongemerkt mee ging doen – een prachtig bewijs van het aanpassingsvermogen van de mens.

Maar nu ik amper schrijf, herinnert die permanent op en neer pingelende pistoolvinger me er de godganselijke dag aan dat ik niet schrijf. Ongeveer zoals mijn ene been me voortdurend herinnert aan jenever en wijn. Van die scheve voetzool kan ik op dat been niet staan. En het is dan telkens alsof ik mijn vader hoor vragen om een tweede jonge Bokma, ‘Want op één been kun je niet staan.’

Soms probeer ik notities over pijnstillers, maar pijn schrijft niet lekker. Van dat verkrampende lijf zeurt mijn schouder en mijn fysiotherapeut moest nodig vier weken naar Japan – wat hem van harte gegund is, maar mij slecht bekwam. Ik slik pijnstillers waar mijn maag van overstuur gaat raken, en als het nog gekker wordt ga ik aan de medicinale nederwiet. Een half leven niet gedaan, blowen.

Ik ben nogal monomaan, ook in mijn verslavingen. Ik moet schrijven, elke dag, maar als je een boek afmaakt herschrijf je alleen nog maar en dat is even weinig zichtbaar als het herkauwen van een koe. Nog een paar weken, dan weet ik of mijn uitgever ook gelooft dat Pistoolvinger af is.