Wachten op 8 oktober

Ik schrijf niet meer, ik broei. Als bijeen geharkt gras onder een landbouwzeil. Als de hitsige verwachtingen van een puber voor de prom. Een augustusdag die uitloopt op een daverend onweer. Koortsig. Ongedurig. Bungelend tussen hoop – het is een heel goed boek – en vrees, wanen en diepe twijfel. Och heer, kalmeer me.

Pistoolvinger verschijnt op 8 oktober. Non-fictie over een man die ziek wordt en daarmee leert leven. Vier jaar lang zocht ik verhalen om mijn verhaal te kunnen vertellen. Ik zocht ze in een klooster in Frankrijk, een atelier in Amsterdam, een caravan op een eiland.

Ik zocht ze bij jeugdvrienden en bij mijn ouders, in Dresden en in Rotterdam. Met mijn dochter liep ik verhalen vertellend door een groot en donker bos. Met mijn zoon drie dagen door de stegen van Venetië. En met mijn lief zat ik ten slotte in de tuin om de dialoog te ‘doen’ – die zin voor zin te léven – waarmee het boek besluit.

Natuurlijk heb ik me afgevraagd hoe het zou zijn: de dagen waarin ik niet meer schreef aan Pistoolvinger. Ik heb genoten van het gretige schrijven, het fascinerende onderzoek, van de mensen die zichzelf straks als personage terug zullen vinden, zelfs van de grillen van de parkinson.

Nu is het af en ingeleverd. Het bestaat en toch nog niet. Ik kijk uit naar de dag dat ik het kan openslaan, eraan kan snuffelen – zou ik de geur kunnen ruiken? – en het dan kan opbergen. Dan is er geen ontsnappen meer aan. En kan ik aan een nieuw boek beginnen.