Schrijver worden om de hoek

6 september 2015 Geen categorie 0
Boven mijn hoofd dendert een goederentrein over het spoorviaduct terwijl ik op een terrasje aan de Draakplaats slokjes verzengend hete koffie proef. En ineens denk ik: dat is waar ook, hier om de hoek ben ik schrijver geworden.

Om de hoek, dat is de Cogels Osylei in Antwerpen, de bonte belle époquelaan waar de Vlaamse dichter Herman de Coninck in de jaren tachtig woonde, in een van die Jugendstil-stadskasteeltjes – of art nouveau? – met een engel in de dakgoot.

We zaten in de achtertuin van zijn huis. We dronken wat en Herman de Coninck – kalend, rokend, spijkerjasje, halve bril, geloof ik – zei dat hij die gedichten over mijn vader wel goed vond – op wat kleinigheden na.

Per brief zou hij enkele ingrepen voorstellen. Hoewel ik zijn priegelschrift amper kon ontcijferen, zag ik dat elke suggestie een verbetering was. Herman de Coninck was behalve een prachtige dichter ook een meesterlijk lezer.

NWT

Die gedichten van mij verschenen in het Nieuw Wereld Tijdschrift, april 1987. Dat NWT – groot formaat, glanzend, in kleur – begaf zich op het snijvlak van literatuur en journalistiek. Het was daarmee een voorloper van Atlas, waarin ik bijna tien jaar later mijn eerste ‘literaire non-fictie’ publiceerde.

NWT was het beste en best gelezen literaire tijdschrift van Nederland – al werd het dan aan die Cogels Osylei in elkaar gezet – maar haalde nooit de oplage die nodig was om uit de kosten te komen. Nadat Herman de Coninck in 1997 overleed, verscheen NWT nog even onregelmatig. En toen niet meer.

Dankzij Benno Barnard – de schrijver die mij bij NWT introduceerde – publiceerde ik drie keer poëzie in het blad. Ook verschenen er drie lange interviews met schrijvers: Jan Eijkelboom, Willem Jan Otten en Marcel Möring. De laatste wees me vijftien jaar later op de schilderijen en tekeningen van Sam Drukker, met wie Möring een jeugd in Assen deelt.

Zo ben ik terug waar ik begon. In Antwerpen. Over Sam Drukker schrijf ik in Pistoolvinger – over zijn werk, zijn intense manier van schetsen en over schoonheid en verval. Komende donderdag, als in Antwerpen een expositie met zijn werk opent, lees ik er iets uit voor.