Meestal gaat het beter

Hoe gaat het nou, vragen ze.

Het gaat, zeg ik dan.

Je ziet er goed uit, zeggen ze.

Dat krijg je, zeg ik, van hele dagen in de tuin.

En ik denk: ze zien niet hoe mijn kop schudt en hoe mijn linkerhand beweegt als een politicus na de poll: grillig, onberekenbaar en deerniswekkend.

151002-henkblankenleuk (1)Sinds gisteren weet ik dat ze mij spaarden. De lokale omroep RTV Noord zond een reportage uit van een minuut of twintig ‘over parkinson’. Aanleiding was het verschijnen van Pistoolvinger, donderdag. Presentator en interviewer Cunera van Selm maakte er een mooie, integere documentaire van die precies deed wat ik hoopte: aandacht vragen voor mijn boek en laten zien wat parkinson is, hoe dat oogt.

Maar ik schrok van de man die ik kennelijk ben. Dat schommelen van mijn hoofd, de verwrongen trek in mijn gezicht, het moeizame praten, die licht hysterische grinnik, de scheve lippen.
Sjezus. Dacht ik.

‘Normaal gesproken kijk je zo niet naar jezelf,’ zeg ik tegen Daniel, die meegekeken heeft. ‘Ik wist niet dat het er al zo uitzag bedoel ik.’

Mild glimlachje. Wat dacht ik nou?

Ik zoek excuses. Die camera… de spanning… en hartstikke moe.

Meestal ben ik beter, probeer ik nog.

Hij zegt maar niets.

Ik weet als laatste hoe laat het is.

Reacties zijn gesloten.