Twee? Da’s niks. Ik heb er al acht.

6 februari 2016 Geen categorie 0

 

Mannen praten erover alsof het veroveringen zijn. Scalpen aan hun riem. Krassen in de kolf van hun geweer. ‘Ik heb er nu twee,’ hoorde ik een nog jonge man enigszins bedremmeld zeggen tegen een omvangrijke Oost-Groninger die het allemaal al een keer of wat had gezien.

‘Tien,’ zei hij – en liet toen een stilte vallen waarin de jongere man met open mond diende te luisteren.

‘Ik heb er nu tien laten zetten.’

Dat klonk godbetert alsof het tattoos waren. Rozen op zijn onderarm, verfrommelde Harley op de vetrollen van zijn rug, de naam van zijn moeder natuurlijk, en een belofte van trouw aan De Lange Leegte en Veendam. Ik  vond hem niet onvriendelijk.

Vervuld van machismo sprak de man over de tien stents rond zijn hart. Alsof die metalen buisjes ter grootte van een pennenveer zijn potentie moesten bevestigen, en pas in de tweede plaats waren ingebracht om hem in leven te houden. ‘En ik ben nog lang niet klaar,’ zei hij.

Half hart

Sinds oktober heb ik een half hart. Dat wil zeggen: nadat ik een weekje met een hardnekkig nat-blafferig hoestje ter observatie in het UMCG had gelegen, wist ik dat mijn hart maar half zo veel pompvermogen heeft als zou moeten. Aderverkalking, daar komt het van. En een infarct waar ik nooit wat van heb gemerkt.

Morgen ben ik aan de beurt voor een stent in de ene kransslagader en klein onderhoud in de andere. Dotteren heet dat: met een slangetje vanaf je lies door het donker naar de bloedvaten rond je hart om daar – stel ik mij zo voor – met een krabbertje de rommel op te ruimen, vacuümpompje d’r op, wegzuigen, opnieuw de wanden plamuren, even sausen en ik ben zo goed als nieuw.

Pijnlijk is het niet of nauwelijks en ik ken verhalen van mannen die de andere dag de marathon liepen – of daar in elk geval weer van droomden. En als het goed gaat – en waarom zou het niet? – is er een kans dat een deel van mijn hart uit zijn winterslaap wordt gewekt. Dan ben ik allicht weer wat fitter.

De Oost-Groninger met tien stents was vast van plan het dozijn vol te maken. ‘En dan gaan we voor het volgende dozijn.’

De jongeman keek bleekjes om zich heen. Hij leek zich wat te schamen. Maar zei toen toch: ‘Ik denk dat ik het bij deze twee probeer te houden.’