Mag ik nog dood als ik niet meer weer wat dood is

14 september 2016 Dood&Aftakeling 0
Nederland telt ruim een kwart miljoen patiënten met dementie. Doordat we vergrijzen zullen dat er in 2040 meer dan een half miljoen zijn. Tegen die tijd overlijden meer mensen tegen hun uitdrukkelijke wil aan dementie dan dat er patiënten zijn die we wél euthanasie verlenen.

Verbijsterend is nu al dat elk jaar duizenden mensen dement sterven terwijl ze een wilsverklaring hadden waarvan ze dachten dat ‘dokter’ die zou respecteren. Maar ‘dokter’ komt niet met een spuitje als ze naar een tehuis moeten – voor velen de grens: tot daar en niet verder.

Je moet te vroeg dood, voor het te laat is
Wie dement wordt, heeft dus maar één kans. Zodra het bezoek aan de geheugenpoli je ergste vrees bevestigt, moet je bij je huisarts binnenlopen en hem ervan overtuigen dat je liever vandaag nog sterft dan morgen niet meer te weten wat gisteren was. Je moet de dood jaren cadeau doen waarin de dementie nog mild had kunnen zijn, en het leven draaglijk, afgezien van de mensonwaardige horror die je mogelijk te wachten staat.

Je moet te vroeg dood, voor het te laat is.

Dat lukt maar weinigen. Dat ligt niet alleen aan de artsen die nog altijd huiverig zijn om euthanasie te verlenen als er van evident lichamelijk lijden nog geen sprake is, laat staan van een terminale fase. Het komt ook van de dementie zelf. Zodra de ziekte toeslaat, zegt arts, filosoof en schrijver Bert Keizer, begint die zichzelf te ontkennen. Zoals een goede vriend van mij telkens zegt: ‘Ik heb wel alzheimer, maar gelukkig niet zo erg.’ En geen arts, zegt Keizer, maakt iemand dood die dat zelf niet meer begrijpt.