Verhalen over verhalende journalistiek

schrijver en journalist

Jacqueline Wesselius in Villamedia

Het gebeurt niet elke dag, dat je een handboek in één adem uitleest. zelfs journalistieke handboeken zijn – hoe leerzaam ook – lang niet altijd boeiende lectuur. Dat geldt niet voor dit ‘handboek verhalende journalistiek’. eenmaal voorbij die zakelijke, droge titel, en de intrigerende – maar wat mij betreft niet echt uitnodigende – omslagillustratie, is het meteen raak.

 

Eerst úren staren naar dat lege Word-document. Dan een voorzichtige eerste poging tot wat mogelijk een beginalinea van een mooi stuk kan worden.

Backspace, delete, weg, weg, weg.

Nog eens. Poging twee. Staren. Twijfelen. Nee, weg ermee maar weer.

Poging drie.

Poging vier.

Kom op, misschien dat het bij de vijfde lukt.

De zesde dan? Pfft, backspace! Nog maar eens koffie halen Keith Jarrett op de koptelefoon voor de tigste keer op repeat, diep ademhalen en húp, poging zeven moet ’m dan toch echt gaan worden.

… F*ck!

Hier wordt een van de ‘Grootmeesters van het waargebeurde verhaal’ aan het werk getoond. En zelfs aan het moeizame begin van wat uiteindelijk, na veel koffie, zenuwen en opnieuw beginnen, een Tegel-winnend verhaal is geworden.

Dat is het aardige aan dit handboek. Dat het – naast allerlei regel(tje)s en adviezen – vooral voorbeelden laat zien, van in meerderheid Nederlandse auteurs, op de enkele onvermijdelijke Amerikaan na. Het maakt duidelijk hoe verhalen ontstaan, hoe ze zijn opgebouwd en zelfs hoe verschillende versies eruit kunnen zien. En het toont naast ‘grootheden’ diverse jonge journalisten aan het werk, zoals Rik Kuiper of Paulien Bakker, beiden dertigers en beiden bevlogen verhalenvertellers (en promotors van de verhalende journalistiek).

Ik denk ook dat het hun generatie is die wellicht het meeste baat heeft bij dit handboek: journalisten die al redelijk wat ervaring hebben en méér willen doen met hun reportages of onderzoeksjournalistiek. Of de regels en criteria die de auteurs Henk Blanken en Wim de Jong, – deels in navolging van de Amerikaanse goeroes – hebben uitgelicht, nu echt als wetten van Meden en Perzen moeten worden opgevolgd, staat te bezien. Ze zijn nuttig als richtlijnen.

Eén kritische noot toch. Ik vind het een beetje jammer dat de auteurs alleen aandacht besteden aan het ‘verhalende verhaal’ als geheel en niet ook aan het verhaal(tje) als onderdeel van een reportage of verslag. Je hebt niet altijd de ruimte voor een lang verhaal en ook afwisseling kan heel effectief werken. Ik denk aan een boek als ‘Shadows Bright as Glass’, waarin de gelauwerde Amy Ellis Nutt verhalende hoofdstukken afwisselt met wetenschappelijke of historische stukken. Een suggestie voor een herdruk, wellicht?

Henk Blanken en Wim de Jong: Handboek verhalende journalistiek. Atlas Contact, ISBN 978904570599, 256 pag., € 21,99. Ook als e-book.